Eigen bijdrage zorg en regelgeving

Zoals in de vorige column over schenken al aangegeven is de hoogte van de eigen bijdrage van de zorg onder andere afhankelijk van de hoogte van uw vermogen. Daarnaast is uw verzamelinkomen bepalend voor de hoogte van de eigen bijdrage. Deze twee factoren, verzamelinkomen en vermogen, bepalen derhalve hoeveel u moet betalen indien u in de zorg terecht komt. Uitgangspunt voor deze berekening is het vermogen van 2 jaar geleden, het zogenaamde peiljaar.

Dit betekent dat indien men in 2021 wordt opgenomen in een zorginstelling men voor de eigen bijdrage teruggaat naar het vermogen van 2019. 
De eigen woning speelt een aparte rol. Pas bij verkoop of indien de woning langer dan 2 jaar onbewoond is c.q. te koop staat, telt de eigen woning mee als vermogen voor de berekening van de eigen bijdrage van de zorg. Zolang u of één van u beiden in de woning woont, telt deze niet mee als vermogen voor de eigen bijdrage.

De eigen bijdrage wordt berekend indien u een voorziening vanuit de gemeente (Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)) ontvangt, dan wel een beroep doet op de Wet Langdurige Zorg. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van de soort voorziening (WMO) of de indicatie (WLZ). Indien u van de WMO naar de WLZ gaat, kan dit tot problemen leiden. Dit wordt de zogenaamde “zorgval” genoemd. Denk hierbij aan de situatie dat u nog thuis woont en gebruik maakt van voorzieningen vanuit de WMO, maar dat opname in een zorginstelling onvermijdelijk is. Door plaatsing op een wachtlijst voor een zorginstelling kan dit gevolgen hebben voor de voorzieningen vanuit de WMO.