Wat als u het straks niet meer weet?

Situatie (namen zijn fictief):

Willem Fransen en Wies Legius zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren, Bert en Klaartje. Zij wonen in een eigen huis met een WOZ-waarde van €250.000,00; de woning is nog belast met een kleine hypotheek.

Daarnaast zijn zij nog in het bezit van spaargelden, ongeveer €40.000,00. Op een dag heeft Willem een flinke hersenbloeding gehad, waardoor hij thans in een zorginstelling verblijft.
Vraag: wie mag de belangen van Willem behartigen?In tegenstelling tot wat algemeen verwacht wordt, mag Wies (als echtgenote) niet automatisch de belangen van Willem behartigen. Als er niks geregeld is, is de enige mogelijkheid het aanvragen van een bewind via de rechter.
 
Met medewerking van de naaste familie zal de rechter meestal niet aarzelen om een onderbewindstelling uit te spreken. Dit zou anders kunnen zijn als er een verstoorde familieverhouding is. Wij gaan er voor het gemak vanuit dat de rechter het bewind heeft uitgesproken en Wies nu bewindvoerder is. Mooi geregeld zou je denken. Op zich is dat ook waar; het bewind is een mooie noodoplossing.
 
Door het ingestelde meerderjarigenbewind heeft Wies wel te maken met een aantal beperkingen, namelijk: voor een aantal handelingen heeft Wies de goedkeuring c.q. toestemming van de rechter nodig. Denk hierbij aan het doen van schenkingen aan de kinderen, de verkoop van het huis en het doen van aankopen voor een bedrag groter dan €1.500,00. Verder dient Wies jaarlijks schriftelijk rekening en verantwoording af te leggen aan de rechter. Deze beperkingen worden vaak als belastend ervaren. Bovendien werkt de inschakeling van de rechter vertragend in de afwikkeling van zaken.
 
Dit alles hadden Willem en Wies kunnen voorkomen door het opstellen van een levenstestament.